Eendraadschema nieuwbouw: complete checklist 2026
Kort antwoord: je eendraadschema voor nieuwbouw moet minstens de netaansluiting, hoofdbeveiliging, alle differentieelschakelaars en automaten, elke kring apart (verlichting, stopcontacten, keuken, wasplaats, badkamer), de aarding en eventuele bijzondere toestellen (laadpaal, zonnepanelen, warmtepomp) bevatten. Zonder een correct, volledig schema keurt het erkend keuringsorganisme je installatie niet goed, en zonder positieve keuring activeert de netbeheerder de aansluiting niet.
Een goed begin voor je nieuwbouw
Bij een nieuwbouw moet de elektrische installatie voor de ingebruikname gekeurd worden door een erkend keuringsorganisme (bijvoorbeeld Vincôtte/Electro-Test, Normec BTV, Certinergie, Bureau Veritas of SGS). Die verplichting staat in AREI Boek 1, hoofdstuk 6.4 (de zogenaamde gelijkvormigheidskeuring voór ingebruikname). Zonder een positief keuringsverslag activeert je netbeheerder (Fluvius in Vlaanderen, Sibelga in Brussel, ORES of RESA in Wallonië) de aansluiting niet.
Die keuring kan pas plaatsvinden als er een correct eendraadschema en situatieschema beschikbaar zijn. AREI Boek 1, afdeling 3.1.2 (onderafdeling 3.1.2.1) legt dat letterlijk vast voor elke nieuwe of ingrijpend gewijzigde huishoudelijke installatie: het schema moet op elk moment de bestaande toestand van de installatie weergeven, ondertekend en gedateerd door de installateur. Onderafdeling 3.1.2.2 somt de verplichte inhoud op (leidingen met type en doorsnede, differentieel- en overstroombeveiliging, schakelaars, aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en vaste toestellen), onderafdeling 3.1.2.3 doet hetzelfde voor het situatieplan. In dit artikel geven we je een uitgebreide, concrete checklist om je eendraadschema voor nieuwbouw op te stellen — zo vergeet je niets voor de keurder langskomt.
Checklist deel 1: aansluiting, hoofdbeveiliging en verdeelkast
1. Netaansluiting en meter
- Het aansluitpunt van de netbeheerder (Fluvius, Sibelga, ORES of RESA)
- De elektriciteitsmeter: bij nieuwbouw plaatst de netbeheerder standaard een digitale meter. Fluvius rondt de uitrol in Vlaanderen af tegen 1 juli 2029 en plaatst in de laatste fase zelfs bij monofasige aansluitingen soms al een driefasige digitale meter — iets om rekening mee te houden als je later wilt verzwaren voor een laadpaal of warmtepomp.
- Type aansluiting: eenfasig 230V (standaard, tot 40A) of driefasig 400V (aanbevolen bij een laadpaal, warmtepomp of een omvormer boven ongeveer 5 kVA, want dan legt de netbeheerder vaak een driefasige aansluiting op)
- Vermeld het aansluitvermogen op het schema: de Fluvius-standaardaansluiting is 9,2 kW eenfasig (1 x 40A) of 17,3 kW driefasig (3 x 25A, in netgebieden op 400V) — in oudere 230V-netgebieden kom je op 3 x 40A (ca. 15,9 kW) uit. Vraag de exacte waarde na bij je netbeheerder, want dit bepaalt mee de dimensionering van je hoofdbeveiliging.
2. Hoofdbeveiliging
- Een hoofdschakelaar: 2-polig bij eenfasig (doorgaans 40A), 4-polig bij driefasig (25A of 40A, afhankelijk van je aansluitvermogen)
- Minstens één hoofddifferentieel van maximaal 300 mA onmiddellijk stroomafwaarts van de hoofdbeveiliging — dit staat letterlijk in AREI Boek 1, onderafdeling 4.2.4.3.b. Bij nieuwbouw kies je vrijwel altijd voor type A, minimaal 40A nominaal (onderafdeling 5.3.5.3.a).
3. Verdeelkast: differentiëlen en automaten
Verdeelbord
Elektrische toestellen
De verdeelkast (of zekeringkast) is het hart van je eendraadschema. Voorzie voldoende differentieelschakelaars en automaten per kring:
- 30 mA type A op élke kring voor verlichting en gewone stopcontacten — verplicht sinds 1 juni 2023 (AREI Boek 1, onderafdeling 5.3.5.3.a, het vroegere art. 85). Reken op maximaal 8 eindkringen per 30 mA-differentieel. Voorzie dus minstens 2 tot 4 differentiëlen bij een gemiddelde nieuwbouwwoning, verdeeld over logische groepen (bijvoorbeeld gelijkvloers/verdieping, of droge/natte ruimtes).
- Vaste toestellen (boiler, warmtepomp, oven) mogen nog op de algemene 300 mA-differentieel, maar in de praktijk kiezen veel installateurs voor een eigen 30 mA bij toestellen met een sanitair-warmwaterfunctie of in vochtige ruimtes.
- Automaten per kring, met een amperage afgestemd op de kabeldoorsnede. De onderstaande tabel is de meest gebruikte combinatie in de praktijk (bevestigd via meerdere technische bronnen):
| Kring | Kabeldoorsnede | Automaat | Max. punten |
|---|---|---|---|
| Verlichting | 3G1,5 mm² | 16A | 8 lichtpunten |
| Stopcontacten | 3G2,5 mm² | 20A | 8 contactdozen |
| Kookplaat | 5G4 mm² of 3G6 mm² | 32A | eigen kring |
| Oven / vaatwas / was / droogkast | 3G2,5 mm² | 20A | eigen kring |
De 8-puntenregel (max. 8 contactdozen per stopcontactenkring) staat letterlijk in AREI Boek 1, onderafdeling 5.3.5.2, punt b: "Per stroombaan moet het aantal enkelvoudige of meervoudige contactdozen beperkt blijven tot acht." Een dubbele of drievoudige contactdoos telt daarbij als één punt. Voor nieuwbouw geldt deze grens onverkort — de versoepeling die bij een periodieke herkeuring van een oude, al gekeurde installatie soms wordt toegepast, geldt niet voor kringen die na 1 juni 2020 voor het eerst gekeurd worden.
Voorzie daarnaast wat extra vrije ruimte in de kast voor toekomstige uitbreidingen (bijvoorbeeld een laadpaal of zonnepanelen die je pas later plaatst). Dit is geen harde AREI-verplichting met een vast percentage, maar een courante praktijkaanbeveling van installateurs — een verdeelkast die volledig vol zit, dwing je later tot een dure vervanging in plaats van een eenvoudige uitbreiding.
Checklist deel 2: elke kring apart in kaart
Voorzie minstens de volgende aparte kringen (bekijk ook onze gids over stopcontacten en kringen per kamer). AREI Boek 1 vereist bovendien minstens twee afzonderlijke verlichtingsstroombanen per woning (onderafdeling 5.3.5.2) en een gescheiden indeling van verlichting en stopcontacten (onderafdeling 3.2.4.1/3.3.2, het vroegere art. 13/14).
Verlichting:
- Verlichtingskring gelijkvloers (16A, 3G1,5 mm², max. 8 punten)
- Verlichtingskring verdieping (16A, 3G1,5 mm², max. 8 punten)
- Buitenverlichting (16A, apart beveiligd)
Stopcontacten:
- Stopcontacten gelijkvloers (20A, 3G2,5 mm², max. 8 punten per kring)
- Stopcontacten verdieping (20A, 3G2,5 mm², max. 8 punten per kring)
- Buitenstopcontacten (20A, waterdicht IP44, apart beveiligd)
Keuken (aparte kringen):
- Kookplaat: eigen kring (32A, kabel minstens 4 mm²)
- Oven: eigen kring (20A)
- Vaatwasmachine: eigen kring (20A)
- Koelkast/diepvries: eigen kring (sterk aangeraden, zodat een defect op een andere kring je voeding niet meesleurt)
Wasplaats (aparte kringen):
- Wasmachine: eigen kring (20A)
- Droogkast: eigen kring (20A)
Badkamer:
Sinds 1 maart 2025 is het badkamerhoofdstuk van het AREI (Boek 1, hoofdstuk 7.1, "Ruimten met bad of douche") volledig herschreven en afgestemd op de internationale norm IEC 60364-7-701. Een badkamer met bad heeft nog altijd 3 volumes (0, 1, 2); een ruimte met uitsluitend een douche telt sindsdien nog maar 2 volumes (0 en 1, tot maximaal 120 cm vanaf de vaste watertoevoer). In volume 2 mag een gewoon stopcontact sinds deze update ook beveiligd worden met een hooggevoelig 10 mA-differentieel (naast het klassieke scheerstopcontact via scheidingstransformator). Lees de volledige regels in onze gids over elektrische installatie in de badkamer. Voorzie ook hier een eigen kring en de verplichte equipotentiale verbinding (minimaal 2,5 mm² mechanisch beschermd, of 4 mm² onbeschermd) tussen alle metalen delen.
Overige:
- Boiler: eigen kring indien elektrisch (20A of 32A, afhankelijk van het vermogen)
- Garage of berging: apart beveiligde kring(en)
Aarding: het fundament van je veiligheid
Aardelektrode
Beveiligingstoestellen
Aarding is bij nieuwbouw geen sluitpost maar een verplicht en cruciaal onderdeel — zonder correcte aarding werkt geen enkele differentieelschakelaar zoals bedoeld. Teken op je eendraadschema minstens:
- Een aardingslus in koper (doorgaans minimaal 25 mm² massieve koperdraad, volgens de gangbare technische praktijk) die in of rond de funderingen gelegd wordt vóór het storten van het beton — bij nieuwbouw de meest betrouwbare aardingsmethode, omdat de lus rondom de volledige woning contact maakt met de vochtige grond.
- De hoofdaardklem in of naast de verdeelkast, waarop alle aardingsgeleiders samenkomen.
- Een aardingsweerstand van maximaal 30 ohm als je (zoals verplicht) 30 mA-differentiëlen gebruikt; met enkel een 300 mA-differentieel voor vaste toestellen ligt de grens op 100 ohm. Streef in de praktijk naar een zo laag mogelijke waarde, ruim onder de wettelijke grens, voor optimale bescherming.
- Equipotentiale verbindingen in de badkamer: alle metalen delen (leidingen, radiatoren, kranen) verbonden met de aarding.
Laat de aardingslus door je aannemer of elektricien plaatsen vóór de funderingswerken afgerond zijn — dit is een van de meest voorkomende en duurste fouten bij nieuwbouw (zie verder).
Bijzondere installaties op je schema
Vergeet niet om deze elementen toe te voegen als ze van toepassing zijn op jouw nieuwbouwproject:
- Zonnepanelen: PV-panelen, omvormer, DC-schakelaar (bereikbaar zonder het dak te beklimmen), AC-beveiliging en eventueel overspanningsbeveiliging. Bij een omvormervermogen vanaf ongeveer 5 kVA legt de netbeheerder vaak een driefasige aansluiting op (bevestig dit per geval).
- Laadpaal: een eigen, toegewijde kring is wettelijk verplicht (AREI Boek 1, hoofdstuk 7.22, art. 7.22.3) — nooit gedeeld met stopcontacten. Het differentieel moet de DC-lekstroom van de laadpaal detecteren (art. 7.22.4.1.b): meestal type B, tenzij de laadpaal zelf een gecertificeerde DC-lekstroomdetectie (RDC-DD, IEC 62955) heeft.
- Thuisbatterij: eigen beveiliging en schakelaar. Sinds het nieuwe DC-hoofdstuk van het AREI (KB 6 oktober 2025, van kracht sinds 1 april 2026) is voor gladde DC-lekstroom van een vaste thuisbatterij een gecertificeerd type B-differentieel vereist. Een stekkerbatterij tot 800W geldt in Vlaanderen sinds 17 april 2026 als een op zichzelf staand toestel (geen schema-aanpassing of keuring nodig, wel aanmeldingsplicht bij de netbeheerder).
- Warmtepomp: altijd een eigen kring, eventueel driefasig. Het differentieeltype (A of B) hangt af van het compressortype — raadpleeg de installatiehandleiding.
- Domotica: modulaire componenten in de verdeelkast (bv. KNX-voeding, actuatoren) op een eigen automaat en 30 mA-differentieel.
- Alarmsysteem: apart circuit op zeer lage spanning (ZLVS/ZLFS, AREI Boek 1, afdeling 4.2.5).
- Overspanningsbeveiliging (SPD): sterk aanbevolen als bijkomende bescherming, zeker bij zonnepanelen of een uitgebreide domotica-installatie. Bespreek met je installateur of een risicobeoordeling voor jouw situatie een SPD verplicht maakt.
- Rookmelders: dit valt niet onder het AREI maar onder de Vlaamse woningkwaliteitsnormen (Vlaamse Codex Wonen) — in Vlaanderen is minstens één rookmelder per bouwlaag wettelijk verplicht in elke woning. Neem ze toch mee op je situatieschema, dat maakt de bekabeling overzichtelijker.
Wat je moet weten over het AREI-kader
- ✅ Dit mag je zelf doen: je eendraadschema zelf tekenen (bijvoorbeeld met de Eendraadschema app), zolang je de officiële symbolen (AREI Boek 1, hoofdstuk 2.13 en tabel 2.23) correct gebruikt en het schema de werkelijke installatie weergeeft.
- 🔧 Hiervoor heb je een erkend installateur nodig: het effectief uitvoeren van de elektrische werken — kringen bedraden, de verdeelkast monteren en aansluiten, de aarding plaatsen. Bij nieuwbouw wordt dit vrijwel altijd door een professionele elektricien gedaan, ook al is dat op zich geen wettelijke AREI-verplichting voor de opsteller van het schema zelf.
- 📋 Keuringsattest vereist: vóór ingebruikname (AREI Boek 1, hoofdstuk 6.4) door een erkend keuringsorganisme, gebaseerd op je eendraadschema en situatieschema. Zonder positief attest geen aansluiting op het net. Nadien volgt een periodieke herkeuring om de 25 jaar (AREI Boek 1, afdeling 6.5.2).
Veelgemaakte fouten bij nieuwbouw
Vermijd deze veelgemaakte fouten:
- ⚠️ Aarding vergeten of te laat gepland bij het storten van de funderingen — de aardingslus moet er liggen vóór het beton gestort wordt. Achteraf een aardelektrode plaatsen kan, maar is duurder en minder betrouwbaar.
- Te weinig kringen voorzien — denk vooruit aan een laadpaal, warmtepomp of uitbreiding, ook als je die nu nog niet plaatst.
- Te weinig stopcontacten — bijplaatsen na afwerking is aanzienlijk duurder dan tijdens de ruwbouwfase.
- Geen reserveruimte in de verdeelkast, waardoor een latere uitbreiding een volledige vervanging van de kast vergt.
- Meer dan 8 aansluitpunten op één stopcontactenkring plannen — dit wordt bij de keuring van een nieuwe installatie zonder uitzondering afgekeurd.
- Het schema niet bijwerken bij wijzigingen tijdens de bouw — de keurder vergelijkt het schema met de werkelijke installatie, niet met het oorspronkelijke ontwerp.
- 🚨 LEVENSGEVAAR: zelf aan een installatie werken die al onder spanning staat (bijvoorbeeld tijdens een tussentijdse aansluiting van de aannemer) is levensgevaarlijk. Schakel altijd eerst de hoofdschakelaar uit en laat twijfelgevallen controleren door een erkend installateur.
Wat kost dit ongeveer?
Indicatieve prijzen voor 2025-2026 (incl. btw tenzij anders vermeld) om je budget te helpen inschatten:
- Keuring vóór ingebruikname (nieuwbouw, 1 meter): €135 – €200, afhankelijk van het keuringsorganisme en de regio. Extra meter of extra bord: +€80 – €100.
- Herkeuring bij afkeuring: €80 – €155.
- Elektricien-uurtarief: €40 – €70, gemiddeld rond €55 (excl. btw en verplaatsing), met tot 15% regionale verschillen.
- Eendraadschema + situatieschema laten opmaken door een professional: €150 – €500 voor een gemiddelde nieuwbouwwoning, meer bij een complexe installatie met zonnepanelen, laadpaal of domotica — zie onze gids over wat een eendraadschema laten maken kost.
- Differentieelschakelaar geplaatst: type A €140 – €190, type B €250 – €450 (bij PV, laadpaal of thuisbatterij).
Deze bedragen zijn indicatief en kunnen sterk verschillen naargelang de omvang van je installatie, het aantal borden en de regio.
Veelgestelde vragen
Kan ik zelf het eendraadschema voor mijn nieuwbouw tekenen?
Ja. Het AREI schrijft geen erkenning voor de opsteller van het schema voor — enkel de uitvoering van de elektrische werken en de keuring zelf zijn voorbehouden aan respectievelijk een vakbekwaam persoon en een erkend keuringsorganisme. Zorg wel dat je de officiële symbolen en de volledige, verplichte inhoud (AREI Boek 1, onderafdeling 3.1.2.2) correct toepast.
Wanneer moet mijn eendraadschema klaar zijn?
Vóór de keuring vóór ingebruikname, die op haar beurt vóór de effectieve aansluiting op het net moet gebeuren (AREI Boek 1, hoofdstuk 6.4). Werk het schema het best al bij tijdens de bouw, telkens er iets wijzigt ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp.
Hoeveel differentiëlen heb ik minimaal nodig bij nieuwbouw?
Minstens één hoofddifferentieel van maximaal 300 mA, plus voldoende 30 mA type A-differentiëlen zodat elke kring met verlichting of stopcontacten beveiligd is, met een maximum van 8 eindkringen per 30 mA-differentieel. Voor een gemiddelde nieuwbouwwoning kom je zo al snel op 3 tot 5 differentiëlen uit.
Moet ik nu al rekening houden met een laadpaal of zonnepanelen als ik ze nog niet plaats?
Dat is sterk aan te raden. Voorzie extra ruimte in de verdeelkast en, indien mogelijk, een driefasige aansluiting of minstens de nodige leidingen/buizen tot bij de meterkast. Achteraf een kring bijplaatsen kan altijd, maar is doorgaans duurder dan het tijdens de bouw al mee te nemen.
Wat als mijn installatie bij de keuring wordt afgekeurd?
Je krijgt een lijst met vastgestelde inbreuken en een hersteltermijn om deze op te lossen, waarna een herkeuring volgt. Lees onze uitgebreide gids over wat te doen als je elektriciteitskeuring is afgekeurd voor de volledige procedure.
Stel je schema digitaal op
Bij nieuwbouw heb je het voordeel dat je vanuit een blanco situatie werkt. Met de Eendraadschema app bouw je je volledige installatie stap voor stap op, met alle officiële AREI-symbolen standaard beschikbaar. Het resultaat is een professioneel eendraadschema dat je meteen kan voorleggen aan de keurder — lees ook ons stappenplan om zelf een eendraadschema te tekenen als je nog niet eerder een schema hebt opgemaakt.
Neem de tijd om je installatie goed te plannen, en betrek je elektricien vroeg in het traject. Een doordacht eendraadschema is de basis voor een veilige, comfortabele en toekomstbestendige woning — en bespaart je achteraf dure aanpassingen.