Eendraadschema vs. situatieschema: het verschil helder uitgelegd
Kort antwoord: een eendraadschema toont schematisch hoe je installatie elektrisch is opgebouwd (automaten, differentielen, kringen). Een situatieschema (officieel "situatieplan" in het AREI) toont op een plattegrond waar elk stopcontact, elke schakelaar en elk lichtpunt zich fysiek bevindt. Bij elke elektriciteitskeuring zijn beide documenten verplicht.
Twee schema's, één AREI-verplichting
Bij een elektriciteitskeuring in Belgie vraagt de keurder altijd twee afzonderlijke documenten op: het eendraadschema en het situatieschema. Ze beschrijven allebei je elektrische installatie, maar vanuit een compleet andere invalshoek. Wie de twee door elkaar haalt of slechts een van beide voorlegt, riskeert een afkeuring.
Deze verplichting staat in het AREI (het KB van 8 september 2019, van kracht sinds 1 juni 2020), meer bepaald in Boek 1, Afdeling 3.1.2 ("Schema's, plannen en documenten van elektrische installaties"). Onderafdeling 3.1.2.1 bepaalt letterlijk dat voor elke nieuwe huishoudelijke installatie of elke belangrijke wijziging/uitbreiding van een bestaande installatie de uitvoerder(s) een eendraadschema en een situatieplan moeten opstellen. Beide moeten door drie partijen gedateerd en ondertekend worden: de uitvoerder(s), het erkend keuringsorganisme en de eigenaar van de installatie.
Een taalkundige nuance: het AREI zelf gebruikt consequent de term "situatieplan". In de volksmond — en op deze site — spreekt men vaker van "situatieschema". Het gaat om exact hetzelfde document; gebruik beide termen dus gerust door elkaar tegenover je installateur of keurder.
Wat is een eendraadschema?
Het eendraadschema is een schematische voorstelling van je elektrische installatie, opgebouwd als een boomstructuur vanaf de netaansluiting. Het toont de opbouw van je verdeelbord (vroeger "zekeringkast"): welke automaten en differentieelschakelaars er zijn, welke kringen daaruit vertrekken en welke verbruikers erop aangesloten zijn. Elke geleider wordt voorgesteld als een enkele lijn, vandaar de naam "eendraadschema". Lees de volledige uitleg in ons basisartikel Wat is een eendraadschema?
Volgens Onderafdeling 3.1.2.2 van het AREI bevat het eendraadschema van een huishoudelijke installatie minstens:
- De kenmerken van de elektrische leidingen: type, doorsnede (bv. 3G2,5 mm² voor een stopcontactenkring), aantal geleiders
- De plaatsingswijze van de leidingen
- Het type en de kenmerken van de differentieelstroominrichtingen (type A, B of AC; gevoeligheid 30 mA of 300 mA)
- Het type en de kenmerken van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom (automaat of zekering, met amperage)
- De schakelaars, verbindingsdozen en aftakdozen
- De contactdozen en lichtpunten
- De vaste machines en toestellen (bv. warmtepomp, laadpaal, boiler)
Concreet voorbeeld: op je eendraadschema zie je dat "kring 3" beveiligd is met een automaat van 20 A op een kabel van 3G2,5 mm², aangesloten achter een 30 mA-differentieel type A, met 6 stopcontacten erop aangesloten. Dat laatste getal is geen toeval: volgens Onderafdeling 5.3.5.2, punt b mogen er per stroombaan maximaal acht contactdozen aangesloten worden (een dubbele of drievoudige contactdoos telt daarbij als één punt).
Wat is een situatieschema (situatieplan)?
Het situatieschema is een plattegrond van je woning waarop de exacte, fysieke locatie van elk elektrisch punt staat aangeduid. Het toont in welke kamer en op welke muur zich elk stopcontact, elke schakelaar, elk lichtpunt en elk vast toestel bevindt.
Volgens Onderafdeling 3.1.2.3 geeft het situatieplan van een huishoudelijke installatie minstens de plaats aan van:
- De schakel- en verdeelborden
- De verbindingsdozen en aftakdozen
- De contactdozen, waaronder de geaarde stopcontacten
- De lichtpunten
- De schakelaars
- De vaste machines en toestellen
De positie van je aardelektrode hoort hier strikt genomen niet verplicht bij volgens de letterlijke AREI-tekst, maar wordt in de praktijk vrijwel altijd mee aangeduid — nuttig voor elke elektricien die later aan de installatie moet werken. Elk punt op het situatieschema krijgt hetzelfde kringnummer als op het eendraadschema, zodat beide documenten naadloos op elkaar aansluiten.
Belangrijk: het situatieschema moet, net als het eendraadschema, steeds de actuele toestand van de installatie weergeven — geen momentopname van bij de bouw, maar een levend document dat je bijwerkt bij elke wijziging.
Het verschil in een notendop
Het kernverschil zit in de invalshoek:
- Het eendraadschema beantwoordt de vraag: "Hoe is alles elektrisch met elkaar verbonden?" Het toont de technische opbouw en beveiliging.
- Het situatieschema beantwoordt de vraag: "Waar bevindt alles zich fysiek in de woning?" Het toont de locatie op een plattegrond.
Een praktisch voorbeeld: op het eendraadschema zie je dat kring 3 beveiligd is met een 20 A-automaat en kabel 3G2,5 mm², met 6 stopcontacten erop. Op het situatieschema zie je dat die 6 stopcontacten verdeeld zijn over de woonkamer (4 stuks) en de gang (2 stuks), en op welke exacte plaats aan de muur ze zich bevinden. Beide documenten samen geven de keurder een volledig beeld: correct beveiligd én correct geplaatst.
Overzichtstabel
| Kenmerk | Eendraadschema | Situatieschema (situatieplan) |
|---|---|---|
| Weergave | Schematisch (boomstructuur) | Plattegrond per verdieping, op schaal |
| Toont | Technische verbindingen en beveiliging | Fysieke locatie van elk punt |
| Bevat | Automaten, differentielen, kabeldoorsnedes | Positie stopcontacten, schakelaars, lichtpunten |
| AREI-verwijzing | Onderafdeling 3.1.2.2 | Onderafdeling 3.1.2.3 |
| Symbolen | Hoofdstuk 2.13, Tabel 2.23 (gebaseerd op IEC 60617) | |
| Verplicht? | Ja, beide (Onderafdeling 3.1.2.1) bij nieuwe installatie of belangrijke wijziging/uitbreiding | |
Waarom zijn beide verplicht bij de keuring?
De keurder van het erkend keuringsorganisme (bv. Vincòtte/Electro-Test, Normec BTV, Certinergie, Bureau Veritas, SGS) heeft beide documenten nodig om een volledige controle te kunnen uitvoeren:
- Met het eendraadschema controleert hij of de beveiliging correct is: kloppen de automaten en differentielen met wat er effectief hangt, is de kabeldoorsnede voldoende voor het beveiligingstoestel, is er een 30 mA-differentieel type A op verlichting en stopcontacten (verplicht sinds 1 juni 2023, Onderafdeling 5.3.5.3.a) naast het algemene 300 mA-hoofddifferentieel (Onderafdeling 4.2.4.3.b)?
Differentieel
Beveiligingstoestellen
- Met het situatieschema controleert hij of de fysieke installatie overeenstemt met wat op papier staat: zitten de stopcontacten waar ze horen? Kloppen de kringnummers? Zijn er geen punten in de verboden badkamervolumes?
Beide documenten moeten bovendien gedateerd en ondertekend zijn door de uitvoerder, het erkend organisme én de eigenaar (Onderafdeling 3.1.2.1). Na een positieve keuring bewaart het erkend organisme een kopie van het keuringsverslag samen met het eendraadschema en het situatieplan gedurende minstens vijf jaar (Onderafdeling 6.4.6.1) — nog een reden om zelf ook altijd een kopie bij te houden.
⚠️ WAARSCHUWING: vindt de keurder een stopcontact in de woonkamer dat niet op het situatieschema staat, of komt een kring op het eendraadschema niet overeen met de werkelijkheid, dan wordt de keuring afgekeurd. Dat betekent extra kosten voor een herkeuring en, bij verkoop, vertraging van de notariële akte.
Voor bestaande installaties (van vóór de invoering van het huidige AREI) voorziet Deel 8, punt 15 van het AREI een versoepeling: hier volstaan vereenvoudigde eendraadschema's en situatieplannen, en wordt geen volledige onderlinge overeenstemming tussen beide documenten geëist. Dat is echter geen vrijgeleide om helemaal geen schema's te hebben — een minimale versie (adres, spanning, doorsnede van de voedingskabel, type differentieel, positie van stopcontacten/schakelaars/lichtpunten) blijft verplicht.
Wat mag je zelf doen, en wat niet?
✅ Dit mag je zelf doen: zowel het eendraadschema als het situatieschema zelf tekenen, met de officiële AREI-symbolen uit Tabel 2.23. Het AREI legt geen erkenning op voor wie de schema's opstelt — dat mag de installateur zijn, maar ook jijzelf als je de installatie zelf hebt uitgevoerd of laten uitvoeren. Je mag in Belgie ook zelf elektrische werken uitvoeren in je eigen woning; er bestaat geen wettelijke plicht tot een "erkend installateur" voor de uitvoering zelf.
🔧 Hiervoor heb je een erkend keuringsorganisme nodig: de effectieve controle vóór ingebruikname van een nieuwe installatie of belangrijke wijziging (Boek 1, hoofdstuk 6.4) mag uitsluitend gebeuren door een door de FOD Economie erkend keuringsorganisme (Vincòtte/Electro-Test, Normec BTV, Certinergie, Bureau Veritas, SGS, TÜV, en een 25-tal andere). Zelf-verklaren is niet toegestaan.
📋 Keuringsattest vereist: bij elke nieuwe installatie of belangrijke uitbreiding (hoofdstuk 6.4), bij de periodieke herkeuring om de 25 jaar voor huishoudelijke installaties (Afdeling 6.5.2), en bij de verkoop van een woning met een installatie van vóór 1 oktober 1981 (artikel 8.4.2, verplicht sinds 1 juli 2008). Zonder geldig attest kan de notaris de akte niet verlijden.
Veelgemaakte fouten en misvattingen
- "Ik heb toch al een eendraadschema, dus ik heb geen situatieschema meer nodig." Fout — beide zijn afzonderlijk verplicht en beantwoorden elk een andere vraag van de keurder.
- "Als ik niets aan mijn kringen verander, moet ik mijn schema's niet aanpassen." Dit klopt alleen zolang er echt niets wijzigt. Zodra je één stopcontact bijplaatst, een kring uitbreidt of een nieuw toestel (warmtepomp, laadpaal, zonnepanelen) aansluit, moeten beide schema's bijgewerkt worden — het gaat dan om een "belangrijke wijziging" in de zin van Onderafdeling 3.1.2.1.
- "Het situatieschema moet perfect op schaal getekend zijn met een architect." Niet noodzakelijk: het AREI eist een duidelijke, ondubbelzinnige plattegrond met correcte posities en symbolen, geen architecturaal precisietekening. Een eigen plattegrond met de juiste AREI-symbolen volstaat.
- "Een oude installatie zonder actuele schema's is geen probleem zolang ze werkt." Ook hier geldt: bij een periodieke herkeuring of bij verkoop moet minstens een vereenvoudigd schema aanwezig zijn (Deel 8, punt 15) — volledig ontbrekende documentatie leidt tot een afkeuring of een summiere beschrijving door de keurder zelf, wat vaak duurder uitvalt.
- "De kringnummers op beide schema's hoeven niet exact overeen te komen." Fout voor recente installaties — dat is net de link die de keurder controleert. Enkel voor oude installaties (vóór het huidige AREI) is een volledige overeenstemming niet vereist.
Hoe maak je beide schema's?
Je kan beide documenten laten opmaken door een elektricien. Reken op indicatief €200 tot €500 voor een gemiddelde woning (klein appartement vanaf €200, grote woning of villa tot €600, complexe installaties met PV/laadpaal/domotica tot €750 — telkens incl. btw). Zelf tekenen kan gratis tot een beperkte kost voor software.
Met een online tool zoals de Eendraadschema app stel je snel een correct eendraadschema op met de officiële AREI-symbolen. Voor het situatieschema teken je een plattegrond van je woning en duid je elk elektrisch punt aan met hetzelfde kringnummer als op je eendraadschema. Volg daarbij het stappenplan uit Eendraadschema zelf tekenen: stappenplan.
Zorg dat beide schema's steeds up-to-date zijn. Na elke wijziging aan je installatie — een extra stopcontact, een nieuwe kring, een laadpaal of zonnepanelen — pas je beide documenten aan. Dat voorkomt problemen bij een herkeuring na renovatie of bij de verkoop van je woning.
Veelgestelde vragen
Mag ik zelf mijn eendraadschema en situatieschema tekenen?
Ja. Het AREI eist geen erkenning voor de opsteller van de schema's zelf — enkel de effectieve controle (keuring) moet door een erkend organisme gebeuren. Gebruik wel altijd de officiële symbolen uit Tabel 2.23 en zorg dat beide documenten onderling consistent zijn.
Wat is het verschil tussen een situatieschema en een situatieplan?
Geen enkel — het zijn twee benamingen voor hetzelfde document. Het AREI gebruikt officieel de term "situatieplan"; in de praktijk hoor je op de werf en in de volksmond vaker "situatieschema".
Wat gebeurt er als een van de twee schema's ontbreekt bij de keuring?
De keurder kan de keuring niet volledig uitvoeren en zal ze afkeuren. Bij een keuring naar aanleiding van een verkoop mag de keurder in dat geval zelf een summiere beschrijving van de borden opstellen, maar dat vervangt geen volwaardig schema en kan de verkoop vertragen.
Moet ik voor een kleine uitbreiding (bv. één extra stopcontact) ook beide schema's aanpassen?
Ja, zodra er een nieuw punt bijkomt op een bestaande kring, moet je zowel het eendraadschema (nieuw aansluitpunt op de juiste kring) als het situatieschema (nieuwe positie) bijwerken.
Hoe lang moeten mijn schema's bewaard blijven?
Je bewaart ze zelf best permanent bij je installatiedossier. Het erkend organisme is wettelijk verplicht een kopie samen met het keuringsverslag minstens vijf jaar te bewaren (Onderafdeling 6.4.6.1).
Conclusie
Het eendraadschema en het situatieschema zijn geen overbodige dubbele documentatie, maar twee complementaire stukken die samen je volledige installatie beschrijven: het ene technisch (hoe is alles verbonden en beveiligd), het andere fysiek (waar bevindt alles zich). Beide zijn wettelijk verplicht volgens AREI Boek 1, Afdeling 3.1.2, en beide worden gecontroleerd bij elke keuring. Hou ze up-to-date bij elke wijziging aan je installatie, en laat de effectieve keuring altijd uitvoeren door een erkend keuringsorganisme. Twijfel je over de correcte symbolen of indeling? Werk je schema's uit met de Eendraadschema app en laat bij twijfel over de uitvoering steeds een erkend installateur meekijken.