Eendraadschema zelf tekenen: praktisch stappenplan
Kan je een eendraadschema zelf tekenen?
Ja, dat kan! Het AREI schrijft niet voor dat een eendraadschema door een erkend elektricien moet worden opgemaakt. Je mag het dus zelf tekenen, op voorwaarde dat het correct en volledig is en de juiste AREI-symbolen gebruikt. In dit stappenplan leggen we in detail uit hoe je dat aanpakt.
Door het zelf te doen bespaar je al snel 150 tot 500 euro. Maar neem er de nodige tijd voor — een fout schema leidt tot afkeuring en kost je uiteindelijk meer.
Stap 1: Inventariseer je installatie
Begin bij je verdeelkast. Open de kast en noteer nauwkeurig:
- De hoofdschakelaar: type (2-polig of 4-polig), merk en amperage (bv. 40A)
- Alle differentieelschakelaars: gevoeligheid (30 mA of 300 mA), type (A, B of AC), amperage en merk
- Alle automaten (zekeringen): amperage (10A, 16A, 20A, 32A, etc.) en type (B of C-karakteristiek)
- De volgorde van links naar rechts, van boven naar onder
- Eventuele extra componenten: overspanningsbeveiliging, tijdklok, bel-transformator, modulaire contactoren
Tip: maak een duidelijke foto van je verdeelkast als referentie terwijl je tekent. Foto's van de merknamen op de differentielen helpen ook om het type (A, B, AC) te bepalen.
Stap 2: Breng de kringen in kaart
Schakel een voor een elke automaat uit en controleer welke verbruikers uitvallen. Noteer per kring:
- Welke stopcontacten, lichtpunten en schakelaars erbij horen
- In welke kamer ze zich bevinden (dit heb je ook nodig voor het situatieschema)
- Of er vaste toestellen op aangesloten zijn (kookplaat, droogkast, boiler, etc.)
- Het totaal aantal punten per kring
Volgens het AREI (Boek 1, art. 4.2.4.2) mag je maximaal 8 punten per kring aansluiten. Belangrijk: een dubbel stopcontact telt als 1 punt, een drievoudig als 1 punt. Tel goed na, want dit is een veelgemaakte fout.
Praktische tip: gebruik een simpel notitieblad met een tabel: kolom 1 = kringnummer, kolom 2 = automaat (amperage), kolom 3 = type verbruikers, kolom 4 = kamers, kolom 5 = aantal punten.
Stap 3: Controleer de kabels
Noteer per kring de kabeldoorsnede. Je kan dit meestal aflezen op de kabelmantel, zichtbaar bij de verdeelkast:
- 1,5 mm²: voor verlichtingskringen (max. 16A automaat)
- 2,5 mm²: voor stopcontactenkringen (max. 20A automaat)
- 4 mm²: voor zware verbruikers zoals kookplaat (max. 32A)
- 6 mm²: voor zeer zware verbruikers of lange afstanden (max. 40A)
De kabeldoorsnede moet overeenstemmen met het amperage van de automaat. Dit is een veiligheidsregel uit het AREI: een te dunne kabel op een te zware automaat kan oververhitting en brand veroorzaken.
Stap 4: Controleer de aarding
Noteer de informatie over je aardingsinstallatie:
- Type: aardingslus (koper, minimaal 25 mm², in de funderingen) of aardingsstaaf
- De aardingsweerstand: bij een 30 mA differentieel mag deze maximaal 100 ohm zijn, maar ideaal onder 30 ohm
- De aardingsgeleider: minimale doorsnede 6 mm² (koper) of 16 mm² (geel-groen)
Stap 5: Teken het schema
Nu je alle informatie hebt, kan je beginnen tekenen. De structuur van een eendraadschema is altijd van boven naar onder:
- Bovenaan: het aansluitpunt van de netbeheerder (Fluvius)
- De elektriciteitsmeter
- De hoofdschakelaar
- De hoofddifferentieel (300 mA)
- De verdeelkast met per groep: een differentieel (30 mA) gevolgd door de automaten
- Per automaat: de kring met verbruikers, kabeldoorsnede en aantal punten
- Onderaan: de aardingsinstallatie
Gebruik de officieel genormeerde AREI-symbolen voor elke component. Een handige manier is om de Eendraadschema Maker te gebruiken. Deze online tool laat je stap voor stap je installatie opbouwen en genereert automatisch een correct schema.
Stap 6: Controleer en verfijn
Controleer je schema grondig op de volgende punten:
- Zijn alle kringen opgenomen? Vergelijk met je verdeelkast.
- Kloppen de kabeldoorsnedes met de beveiligingen? (1,5 mm² → max. 16A, 2,5 mm² → max. 20A)
- Zijn de differentieelschakelaars correct weergegeven met type en gevoeligheid?
- Is de aarding aangeduid met type en weerstand?
- Komen de symbolen overeen met de AREI-normen?
- Heeft elke kring een uniek nummer?
- Staan de zware verbruikers op een eigen kring?
- Zijn er nergens meer dan 8 punten per kring?
Veelgemaakte fouten
Let op voor deze valkuilen (meer details in ons artikel over veelgemaakte fouten):
- Vergeten de aarding te vermelden
- Verkeerde kabeldoorsnedes noteren
- Het type differentieel niet correct aangeven (type A, B of AC)
- Kringen niet nummeren
- Het schema niet updaten na wijzigingen aan de installatie
- Eigen symbolen verzinnen in plaats van de AREI-symbolen te gebruiken
Met een goed voorbereide inventarisatie en de Eendraadschema Maker lukt het tekenen van een eendraadschema zeker. Neem de tijd en controleer alles dubbel — het bespaart je een dure herkeuring.