← Terug naar blog
Eendraadschema zelf tekenen: praktisch stappenplan

Eendraadschema zelf tekenen: praktisch stappenplan

Elektricien werkt aan verdeelkast

Kan je een eendraadschema zelf tekenen?

Ja, dat kan! Het AREI schrijft niet voor dat een eendraadschema door een erkend elektricien moet worden opgemaakt. Je mag het dus zelf tekenen, op voorwaarde dat het correct en volledig is en de juiste AREI-symbolen gebruikt. In dit stappenplan leggen we in detail uit hoe je dat aanpakt.

Door het zelf te doen bespaar je al snel 150 tot 500 euro. Maar neem er de nodige tijd voor — een fout schema leidt tot afkeuring en kost je uiteindelijk meer.

Stap 1: Inventariseer je installatie

Begin bij je verdeelkast. Open de kast en noteer nauwkeurig:

Tip: maak een duidelijke foto van je verdeelkast als referentie terwijl je tekent. Foto's van de merknamen op de differentielen helpen ook om het type (A, B, AC) te bepalen.

Stap 2: Breng de kringen in kaart

Schakel een voor een elke automaat uit en controleer welke verbruikers uitvallen. Noteer per kring:

Volgens het AREI (Boek 1, art. 4.2.4.2) mag je maximaal 8 punten per kring aansluiten. Belangrijk: een dubbel stopcontact telt als 1 punt, een drievoudig als 1 punt. Tel goed na, want dit is een veelgemaakte fout.

Praktische tip: gebruik een simpel notitieblad met een tabel: kolom 1 = kringnummer, kolom 2 = automaat (amperage), kolom 3 = type verbruikers, kolom 4 = kamers, kolom 5 = aantal punten.

Stap 3: Controleer de kabels

Noteer per kring de kabeldoorsnede. Je kan dit meestal aflezen op de kabelmantel, zichtbaar bij de verdeelkast:

De kabeldoorsnede moet overeenstemmen met het amperage van de automaat. Dit is een veiligheidsregel uit het AREI: een te dunne kabel op een te zware automaat kan oververhitting en brand veroorzaken.

Stap 4: Controleer de aarding

Noteer de informatie over je aardingsinstallatie:

Stap 5: Teken het schema

Nu je alle informatie hebt, kan je beginnen tekenen. De structuur van een eendraadschema is altijd van boven naar onder:

  1. Bovenaan: het aansluitpunt van de netbeheerder (Fluvius)
  2. De elektriciteitsmeter
  3. De hoofdschakelaar
  4. De hoofddifferentieel (300 mA)
  5. De verdeelkast met per groep: een differentieel (30 mA) gevolgd door de automaten
  6. Per automaat: de kring met verbruikers, kabeldoorsnede en aantal punten
  7. Onderaan: de aardingsinstallatie

Gebruik de officieel genormeerde AREI-symbolen voor elke component. Een handige manier is om de Eendraadschema Maker te gebruiken. Deze online tool laat je stap voor stap je installatie opbouwen en genereert automatisch een correct schema.

Stap 6: Controleer en verfijn

Controleer je schema grondig op de volgende punten:

Veelgemaakte fouten

Let op voor deze valkuilen (meer details in ons artikel over veelgemaakte fouten):

Met een goed voorbereide inventarisatie en de Eendraadschema Maker lukt het tekenen van een eendraadschema zeker. Neem de tijd en controleer alles dubbel — het bespaart je een dure herkeuring.