Welke symbolen worden gebruikt in een eendraadschema? (AREI)
Waarom gestandaardiseerde symbolen?
Een eendraadschema maakt gebruik van gestandaardiseerde symbolen die vastgelegd zijn in het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties), meer bepaald in Boek 1, Bijlage 1. Deze symbolen zijn gebaseerd op de Europese norm IEC 60617 en zorgen ervoor dat iedereen — van elektricien tot keurder — het schema op dezelfde manier kan lezen en interpreteren.
Het gebruik van de verkeerde symbolen is een van de veelgemaakte fouten bij het tekenen van een eendraadschema en kan leiden tot afkeuring van je keuring.
Beveiligingstoestellen
De beveiligingstoestellen vormen het hart van je verdeelkast. Hier zijn de belangrijkste symbolen:
- Automaat (zekering): beschermt een kring tegen overbelasting en kortsluiting. Op het schema wordt de stroomsterkte vermeld (bv. 16A, 20A, 32A). Het symbool toont een onderbreker met een boog-symbool.
- Differentieelschakelaar (aardlekschakelaar): beschermt personen tegen elektrocutie. Aangegeven met gevoeligheid (30 mA of 300 mA) en type (A, B of AC). Het symbool bevat een cirkel met de aanduiding van het type. Lees meer over de werking van de differentieelschakelaar.
- Gecombineerde automaat + differentieel: combineert beide functies in een toestel. Wordt aangeduid met een gecombineerd symbool.
- Hoofdschakelaar: schakelt de volledige installatie in of uit. 2-polig bij eenfasig, 4-polig bij driefasig.
- Overspanningsbeveiliging (SPD): beschermt tegen blikseminslag of overspanning op het net. Steeds vaker verplicht bij installaties met zonnepanelen.
Stopcontacten
Stopcontacten zijn de meest voorkomende elementen op een eendraadschema:
- Enkel stopcontact: voorgesteld als een halve cirkel met een verticaal streepje. Met aardingspin: een extra horizontaal streepje.
- Dubbel stopcontact: halve cirkel met twee verticale streepjes. Telt als 1 punt bij de berekening van het maximum van 8 punten per kring (AREI Boek 1, art. 4.2.4.2).
- Drievoudig stopcontact: halve cirkel met drie streepjes.
- Stopcontact met kinderveiligheid: extra symbool voor de bescherming. Verplicht in alle nieuwe installaties.
- Waterdicht stopcontact (IP44+): wordt aangeduid met het IP-beschermingscijfer. Verplicht in vochtige ruimtes en buiteninstallaties.
Schakelaars
Er bestaan verschillende types schakelaars, elk met hun eigen symbool:
- Enkelpolige schakelaar: het basissymbool, een lijn met een punt.
- Dubbelpolige schakelaar: twee contacten die samen schakelen.
- Wisselschakelaar: voor verlichting die je vanuit twee plaatsen wil bedienen (bv. boven en onder aan de trap).
- Kruisschakelaar: voor verlichting vanuit drie of meer plaatsen.
- Dimmer: schakelaar met regelbaar vermogen.
- Drukknop (bv. voor bel): eigen symbool, verschilt van een schakelaar.
Verlichting
- Lichtpunt (plafond): weergegeven als een kruisje in een cirkel (x).
- Wandlamp: kruisje in een halve cirkel.
- Noodverlichting: lichtpunt met extra symbool voor noodstroomvoorziening.
- Buitenverlichting: lichtpunt met aanduiding IP-waarde.
Speciale symbolen
- Aardingselektrode: drie horizontale lijnen die kleiner worden. Onderaan het schema geplaatst met vermelding van het type (lus, staaf) en de gemeten weerstand.
- Kookplaat: specifiek symbool voor elektrisch koken. Altijd op een eigen kring van minimaal 32A met kabel 4 mm² of 6 mm².
- Droogkast / wasmachine: toestellen die elk een eigen kring vereisen volgens het AREI.
- Elektrische boiler: eigen symbool, eigen kring verplicht bij vermogen boven 2.600W.
- Rookmelder: verplicht in Vlaanderen op elke verdieping. Symbool verschilt voor bedraad vs. op batterij.
- Bel of parlofoon: eigen symbool, valt onder SELV (Safety Extra Low Voltage).
- Laadpaal (EV): specifiek symbool, altijd op eigen kring met geschikte differentieel.
- PV-omvormer en zonnepanelen: eigen symbolen voor de PV-installatie, inclusief DC-schakelaar.
Kabels en leidingen
Op het eendraadschema wordt bij elke kring ook het kabeltype en de doorsnede vermeld. De notatie volgt de norm NBN HD 361. Veelgebruikte notaties zijn:
- 3G1,5: 3 geleiders van 1,5 mm² (fase + nul + aarde) — typisch voor verlichtingskringen, beveiligd op max. 16A
- 3G2,5: 3 geleiders van 2,5 mm² — typisch voor stopcontactenkringen, beveiligd op max. 20A
- 5G2,5: 5 geleiders van 2,5 mm² (3 fasen + nul + aarde) — voor driefasige kringen
- 3G4 of 3G6: voor zwaardere verbruikers zoals een kookplaat (32A tot 40A)
- XVB: standaard installatiekabel voor vaste installatie
- VOB: soepele kabel voor gebruik in buizen
Tips voor een correct schema
Het gebruik van de juiste symbolen is cruciaal voor een goedgekeurde keuring. Enkele tips:
- Gebruik altijd de officieel genormeerde AREI-symbolen — nooit zelfverzonnen afkortingen of tekeningen.
- Vermeld bij elk beveiligingstoestel het type, amperage en gevoeligheid.
- Noteer bij elke kring de kabeldoorsnede en het aantal punten.
- Houd je schema overzichtelijk: een rommelig schema wordt niet aanvaard.
Met de Eendraadschema Maker worden de correcte symbolen automatisch toegepast, zodat je zeker bent dat je schema aan de normen voldoet. Zo vermijd je veelgemaakte fouten en is je schema meteen klaar voor de keurder.