← Terug naar blog
Welke AREI-symbolen gebruik je in een eendraadschema?

Welke AREI-symbolen gebruik je in een eendraadschema?

Technische tekening met elektrische symbolen

Kort antwoord: Een eendraadschema gebruikt genormeerde AREI-symbolen uit Boek 1, Hoofdstuk 2.13 en Tabel 2.23 (gebaseerd op de internationale norm IEC 60617). Voor elk element — automaat, differentieel, stopcontact, schakelaar, lichtpunt of toestel — bestaat een vast symbool, aangevuld met kenmerken zoals amperage, gevoeligheid en kabeldoorsnede. Verkeerde of zelfverzonnen symbolen zijn een courante reden voor afkeuring bij de keuring.

Waarom bestaan er genormeerde AREI-symbolen?

Het huidige AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) is het KB van 8 september 2019, van kracht sinds 1 juni 2020, en bestaat uit drie Boeken. Boek 1 behandelt laagspanningsinstallaties en is dus het kader voor zo goed als elke woninginstallatie. De officiële symbolen voor eendraadschema's en situatieplannen staan in Boek 1, Hoofdstuk 2.13 (“Grafische symbolen”) en Tabel 2.23 — niet in een “bijlage”, zoals sommige websites foutief vermelden. Deze symbolen zijn gebaseerd op de internationale norm IEC 60617, met een aantal Belgische varianten.

Dankzij deze standaardisering leest een keurder, een collega-elektricien of jijzelf hetzelfde schema op exact dezelfde manier. Het gebruik van de verkeerde symbolen — of zelfverzonnen tekeningen — is een van de veelgemaakte fouten bij het tekenen van een eendraadschema en kan op zich al leiden tot een afkeuring bij de keuring.

Wat moet er wettelijk op je eendraadschema staan?

De verplichting om een eendraadschema en situatieplan op te maken staat in Afdeling 3.1.2 van AREI Boek 1 (“Schema's, plannen en documenten van elektrische installaties”):

Een courante misvatting is dat je geen eendraadschema nodig hebt zolang je “niets verandert”. Dat klopt niet: zodra je een kring uitbreidt, een stopcontact bijplaatst of een nieuw toestel aansluit, is dat een wijziging die opnieuw in het schema moet verschijnen — met de juiste symbolen.

Dit mag je zelf doen: je eigen eendraadschema tekenen (bijvoorbeeld met de Eendraadschema app), als voorbereiding of basis voor de installateur en de keurder.

🔧 Hiervoor heb je een erkend installateur nodig: de effectieve bekabeling, de aansluiting van automaten en differentiëlen in de verdeelkast, en elke ingreep op een kring onder spanning.

📋 Keuringsattest vereist: elke nieuwe of ingrijpend gewijzigde installatie moet vóór ingebruikname positief gekeurd worden door een erkend keuringsorganisme (Hoofdstuk 6.4), en daarna periodiek om de 25 jaar (Afdeling 6.5.2).

Beveiligingstoestellen: het hart van je verdeelkast

De beveiligingstoestellen vormen de kern van je verdeelkast. Bij elk symbool vermeld je de technische kenmerken — anders is het schema onvolledig volgens Onderafdeling 3.1.2.2.

Automaat

Beveiligingstoestellen

De automaat beschermt een kring tegen overbelasting en kortsluiting. Vermeld steeds de stroomsterkte (bv. 16A voor verlichting, 20A voor stopcontacten, 32A tot 40A voor een kookplaat).

ΔI

Differentieel

Beveiligingstoestellen

De differentieelschakelaar beschermt personen tegen elektrocutie. Vermeld altijd de gevoeligheid (30 mA of 300 mA) en het type (A, B of AC). Lees meer over de werking van de differentieelschakelaar.

Zekering

Beveiligingstoestellen

In oudere installaties tref je nog de klassieke smeltzekering aan, vaak in afwachting van vervanging door een automaat bij een renovatie van de verdeelkast.

Aardelektrode

Beveiligingstoestellen

De aardelektrode (aardingslus of -staaf) plaats je onderaan het schema, met vermelding van het type en de gemeten aardingsweerstand. Een aardingsweerstand boven 100 ohm vraagt om een bijkomende elektrode bij een installatie die enkel op 300 mA beveiligd is; bij 30 mA-beveiliging ligt de praktische grens op 30 ohm.

Verdeelbord

Elektrische toestellen

Het verdeelbord zelf krijgt ook een symbool, met daarnaast doorgaans het kWh kWh-meter-symbool en de hoofdaardklem waarop alle aardingsgeleiders samenkomen.

Schakelaars: van eenvoudige druk tot verlichte bediening

Elk type schakelaar heeft een eigen symbool, zodat meteen duidelijk is hoe een lichtpunt bediend wordt.

Schakelaar (algemeen)

Schakelaars

Het basissymbool voor een enkelpolige schakelaar vind je overal terug waar één lichtpunt vanaf één plaats bediend wordt.

Wisselschakelaar

Schakelaars

De wisselschakelaar (va-et-vient) gebruik je voor verlichting die je vanuit twee plaatsen wil bedienen, bijvoorbeeld boven en onder aan de trap.

Kruisschakelaar

Schakelaars

Bedien je hetzelfde lichtpunt vanuit drie of meer plaatsen, dan combineer je twee wisselschakelaars met één of meer kruisschakelaars ertussen.

Dimmerschakelaar

Schakelaars

Een dimmerschakelaar regelt het vermogen van de verlichting — controleer wel of je armatuur en LED-lampen dimbaar zijn.

Drukknop

Schakelaars

Een drukknop (bijvoorbeeld voor een bel of impulsrelais) heeft een eigen symbool, verschillend van een gewone schakelaar, want hij schakelt niet blijvend.

Impulsrelais

Schakelaars

Het impulsrelais (telerupteur) schakelt een lichtpunt via korte impulsen van een of meerdere drukknoppen — handig bij verlichting die je vanuit veel plaatsen wil bedienen zonder ingewikkelde bekabeling. Ook een tweepolige schakelaar en een bewegingssensor hebben elk hun eigen symbool.

Stopcontacten en datacontactdozen

Stopcontacten zijn de meest voorkomende elementen op een eendraadschema, en meteen ook de plaats waar de 8-puntenregel het vaakst een rol speelt.

Contactdoos met aarding en veiligheid

Contactdozen

Het gewone stopcontact met aarding is de standaard in elke woning. Een dubbel of drievoudig stopcontact telt, ongeacht het aantal uitgangen, als één punt voor de puntenberekening.

Contactdoos met veiligheid

Contactdozen

Een stopcontact met veiligheidsklep (kinderveiligheid) is verplicht in nieuwe installaties en herkenbaar aan het extra symbool voor de bescherming.

Contactdoos waterdicht

Contactdozen

Het waterdicht stopcontact (minstens IP44) is verplicht in vochtige ruimtes, buiteninstallaties en — afhankelijk van de zone — in de badkamer.

Datacontactdoos

Contactdozen

De datacontactdoos (netwerk/RJ45) hoort strikt genomen niet bij het AREI, maar wordt in de praktijk vaak mee op hetzelfde situatieplan aangeduid voor een volledig overzicht.

Volgens Onderafdeling 5.3.5.2.b van AREI Boek 1 mag het aantal enkelvoudige of meervoudige contactdozen per stroombaan niet meer dan acht bedragen, en moet elke woning minstens twee afzonderlijke verlichtingsstroombanen hebben. Meer details vind je in ons artikel over hoeveel stopcontacten en kringen per kamer.

Verlichting en huishoudtoestellen

Verlichtingspunten en vaste toestellen hebben elk een herkenbaar symbool, vaak aangevuld met een aanduiding voor het vermogen of de beschermingsgraad.

Verlichting

Verbruikstoestellen

Het gewone plafondlichtpunt wordt weergegeven als een kruisje in een cirkel.

Wandlamp

Verbruikstoestellen

De wandlamp krijgt een gelijkaardig symbool, maar dan in een halve cirkel.

Noodverlichting op eigen kring

Verbruikstoestellen

Noodverlichting op een eigen kring is verplicht in gemeenschappelijke delen van meergezinswoningen en in bepaalde bedrijfsgebouwen; in een gewone eengezinswoning is dit doorgaans niet verplicht, maar wel aan te raden bij trappenhal of kelder.

Elektrisch fornuis

Verbruikstoestellen

Een elektrisch fornuis of kookplaat staat altijd op een eigen kring van minimaal 32A, met een kabel van 4 mm² of 6 mm² naargelang het vermogen.

Boiler

Verbruikstoestellen

Een elektrische boiler krijgt een eigen kring verplicht zodra het vermogen boven 2.600 W ligt — net als de droogkast en de wasmachine, die elk hun eigen stroombaan vereisen.

V E E V

Laadpaal

Verbruikstoestellen

Een laadpaal voor elektrische wagens staat, volgens AREI Boek 1, Hoofdstuk 7.22 (“Voeding van elektrische wegvoertuigen”), altijd op een eigen, toegewijde kring met een differentieel dat de gelijkstroomcomponent van de lekstroom detecteert (doorgaans type B, of type A met een aparte 6 mA DC-detectie). Ook een warmtepomp + / - vereist steevast een eigen kring en, bij een inverter-gestuurde compressor, vaak een differentieel type B.

Fotovoltaïsche symbolen

Zonnepanelen en de bijhorende omvormer krijgen eigen symbolen op zowel het eendraadschema als het situatieplan.

Zonnepaneel

Bronnen

Elk dakvlak met zonnepanelen wordt apart weergegeven, met het aantal panelen, het vermogen in Wp en de oriëntatie.

Omvormer DC -> AC

Bronnen

De omvormer zet de gelijkstroom van de panelen om naar wisselstroom, en wordt op het schema aangevuld met de DC-schakelaar en de AC-beveiliging (automaat + differentieel). Meer details in ons artikel over het eendraadschema voor zonnepanelen.

🚨 LEVENSGEVAAR: de DC-kabels tussen de panelen en de omvormer staan onder spanning (doorgaans 400 tot 800V DC) zodra er licht op de panelen valt — ook als de hoofdschakelaar van de woning uitstaat. Werk hier nooit zelf aan; laat dit steeds over aan een erkend installateur.

Domotica-symbolen op je schema

Een domotica- of bussysteem (KNX, Niko Home Control en dergelijke) krijgt geen apart AREI-hoofdstuk, maar wel eigen symbolen op het eendraadschema van zodra er een fysieke module in de verdeelkast zit.

Module

Domotica

Domotica-module met uitgangskanalen (SM1/1…) — kanaalprefix per module instelbaar

De domoticamodule (met instelbare kanaalprefix, bijvoorbeeld SM1/1) vervangt vaak meerdere klassieke schakelaars en relais in één toestel.

Rail

Domotica

Horizontale rail met domotica-drukknoppen (busvoeding op eigen kring)

De rail met domotica-drukknoppen toont de ingangen van het bussysteem; de busvoeding zelf hoort op een eigen kring met een eigen automaat en 30 mA-differentieel type A. Een louter draadloos toestel (bijvoorbeeld een Shelly achter een bestaand stopcontact) verschijnt niet als apart symbool, maar een DIN-rail-module zoals een impulsrelais wel.

Kabels en leidingen: de notatie ontcijferd

Bij elke kring vermeld je op het eendraadschema ook het kabeltype en de doorsnede, volgens de kabelnormenreeks HD 361. De meest gebruikte notaties:

NotatieBetekenisTypisch gebruik
3G1,53 geleiders van 1,5 mm² (fase + nul + aarde)Verlichtingskring, automaat max. 16A
3G2,53 geleiders van 2,5 mm²Stopcontactenkring, automaat max. 20A
5G2,55 geleiders van 2,5 mm² (3 fasen + nul + aarde)Driefasige kringen
3G4 / 3G63 geleiders van 4 of 6 mm²Kookplaat, 32A tot 40A
XVBStandaard installatiekabelVaste installatie, rechtstreeks ingewerkt
VOBSoepele installatiedraadGebruik in buizen/kanalisatie

Veelgemaakte fouten met AREI-symbolen

⚠️ WAARSCHUWING: een verkeerd symbool of een verkeerde gevoeligheid op papier verbergt soms een echt gevaarlijke situatie in de praktijk — bijvoorbeeld een differentieel dat te weinig gevoelig is voor de kring die het beschermt. Laat twijfelgevallen altijd door een erkend installateur controleren. Meer voorbeelden in ons overzicht van veelgemaakte fouten bij het tekenen van een eendraadschema.

Veelgestelde vragen

Telt een dubbel stopcontact als één of twee punten voor de 8-puntenregel?
Een dubbel of drievoudig stopcontact telt altijd als één punt, ongeacht het aantal uitgangen, voor de berekening van het maximum van acht contactdozen per stroombaan (Onderafdeling 5.3.5.2.b).

Waar vind ik de officiële lijst van AREI-symbolen?
In AREI Boek 1, Hoofdstuk 2.13 (“Grafische symbolen”) en Tabel 2.23, gebaseerd op de internationale norm IEC 60617. Tools zoals de Eendraadschema app passen deze symbolen automatisch toe.

Mag ik zelf een symbool verzinnen als mijn toestel niet in de catalogus staat?
Nee. Gebruik het dichtstbijzijnde officiële symbool (bijvoorbeeld het algemene huishoudtoestel-symbool) aangevuld met een korte tekstuele omschrijving, in plaats van een eigen tekening.

Wordt mijn schema afgekeurd bij een verkeerd symbool?
Dat hangt af van de ernst: een klein foutje kan een opmerking opleveren, maar een systematisch verkeerd of onleesbaar schema is een courante reden voor afkeuring bij de keuring, met een herkeuring (indicatief €100 tot €155 incl. btw) tot gevolg.

Moet ik ook een datacontactdoos of domoticamodule met een AREI-symbool aanduiden?
Datanetwerk valt strikt genomen buiten het AREI, maar wordt in de praktijk vaak mee op het situatieplan gezet voor een volledig overzicht. Een fysieke domoticamodule in de verdeelkast krijgt wel een eigen symbool, net als een gewoon relais.

Besluit

Genormeerde AREI-symbolen zorgen ervoor dat je eendraadschema door iedereen — van installateur tot keurder — op dezelfde manier gelezen wordt. Gebruik uitsluitend de officiële symbolen uit Hoofdstuk 2.13 en Tabel 2.23, vermeld steeds de juiste kenmerken (amperage, gevoeligheid, type, kabeldoorsnede) en respecteer de 8-puntenregel uit Onderafdeling 5.3.5.2.b.

Met de Eendraadschema app worden de correcte symbolen automatisch toegepast, zodat je schema meteen aan de normen voldoet. Twijfel je of je het zelf aankan, of gaat het om een complexere installatie? Bekijk dan wat het laten opmaken van een eendraadschema door een professional kost, en vermijd zo veelgemaakte fouten die tot afkeuring leiden.