Watt, ampère en volt: basiskennis elektriciteit uitgelegd
De drie basisbegrippen van elektriciteit
Om je elektrische installatie en eendraadschema goed te begrijpen, is het handig om de drie fundamentele eenheden van elektriciteit te kennen: spanning (volt), stroomsterkte (ampère) en vermogen (watt). Deze drie grootheden hangen nauw met elkaar samen.
Spanning: volt (V)
Spanning is de "duwkracht" die elektronen door een geleider drijft. Je kan het vergelijken met de druk in een waterleiding. Hoe hoger de spanning, hoe meer energie de elektronen meekrijgen.
In België is de netspanning 230 volt (eenfasig) of 400 volt (tussen twee fasen bij driefasig). Deze waarden zijn gestandaardiseerd in heel Europa. De spanning wordt bepaald door je netbeheerder en is niet iets dat je zelf kan aanpassen.
Stroomsterkte: ampère (A)
De stroomsterkte geeft aan hoeveel elektronen er per seconde door een geleider stromen. Het is vergelijkbaar met het debiet in een waterleiding. Hoe meer verbruikers je inschakelt, hoe meer stroom er vloeit.
De stroomsterkte is cruciaal voor je installatie:
- Elke automaat (zekering) in je verdeelkast is gedimensioneerd op een maximale stroomsterkte (bv. 16A, 20A, 32A)
- De kabeldoorsnede moet aangepast zijn aan de maximale stroom die erdoorheen vloeit
- De hoofdzekering van Fluvius beperkt de totale stroom die je kan afnemen (bv. 40A eenfasig)
Vermogen: watt (W)
Het vermogen geeft aan hoeveel energie een toestel per seconde verbruikt. Het is het product van spanning en stroomsterkte:
Vermogen (W) = Spanning (V) × Stroomsterkte (A)
Enkele voorbeelden:
- Een led-lamp: 8 W → 0,03 A bij 230 V
- Een stofzuiger: 2.000 W → 8,7 A bij 230 V
- Een elektrische kookplaat: 7.000 W → 30,4 A bij 230 V (of 10,1 A per fase bij 3x400V)
- Een warmtepomp: 4.000 W → 5,8 A bij 3x400V
Waarom is dit belangrijk voor je eendraadschema?
Op je eendraadschema worden de beveiligingstoestellen gedimensioneerd in ampère. De keuze van de juiste automaat en kabeldoorsnede hangt af van het verwachte vermogen op elke kring:
- Verlichtingskringen: automaat van 16A met kabel 1,5 mm²
- Stopcontactkringen: automaat van 16A of 20A met kabel 2,5 mm²
- Kookplaat: automaat van 32A met kabel 6 mm²
- Droogkast / oven: automaat van 20A met kabel 4 mm²
Een correcte dimensionering voorkomt dat kabels oververhit raken (brandgevaar) of dat automaten onnodig uitschakelen. Met de Eendraadschema Maker worden de juiste combinaties van automaten en kabeldoorsnedes automatisch voorgesteld.
Kilovolt-ampère (kVA) en kilowattuur (kWh)
Twee andere veelgebruikte eenheden die je regelmatig tegenkomt:
- kVA (kilovolt-ampère): het schijnbaar vermogen. Bij huishoudelijke installaties is kVA nagenoeg gelijk aan kW. Je netaansluiting wordt vaak uitgedrukt in kVA (bv. 9,2 kVA voor een 40A eenfasige aansluiting).
- kWh (kilowattuur): de eenheid voor energieverbruik. Een toestel van 1.000 W dat 1 uur draait, verbruikt 1 kWh. Dit is wat op je energiefactuur staat.
Het verschil begrijpen tussen vermogen (kW) en energie (kWh) helpt je om je verbruik beter in te schatten en je installatie correct te dimensioneren.
Veelgestelde vragen
Hoeveel ampère heeft mijn aansluiting?
Een standaard eenfasige aansluiting is 40A (9,2 kVA). Bij een driefasige aansluiting heb je meer capaciteit.
Hoe weet ik welke automaat ik nodig heb?
Dat hangt af van het vermogen van de verbruikers op die kring. Bekijk onze nieuwbouw-checklist voor de standaardwaarden.
Wat is het verschil tussen kW en kWh?
kW is het vermogen (hoeveel je op een moment verbruikt), kWh is de energie (verbruik over tijd). Met een slimme meter kan je je kWh-verbruik nauwkeurig opvolgen.