Watt, ampère en volt: vermogen berekenen voor je eendraadschema
Kort antwoord: volt (V) is de spanning die stroom door de kabel duwt, ampère (A) is de stroomsterkte die er effectief doorheen vloeit, en watt (W) is het vermogen dat een toestel verbruikt: W = V × A. In België is de netspanning 230 V (eenfasig) of 3x400 V (driefasig). Deze drie grootheden bepalen samen welke automaat, differentieel en kabeldoorsnede je op je eendraadschema moet zetten.
De drie basisbegrippen van elektriciteit
Om je elektrische installatie en eendraadschema goed te begrijpen, moet je de drie fundamentele eenheden van elektriciteit kennen: spanning (volt), stroomsterkte (ampère) en vermogen (watt). Deze grootheden hangen rechtstreeks met elkaar samen en bepalen samen hoe je een kring correct dimensioneert.
Een eenvoudige analogie met waterleidingen helpt: spanning is de druk op het water, stroomsterkte is het debiet (hoeveel water er stroomt), en vermogen is wat je daarmee aan het einde van de leiding kan doen. Zodra je deze relatie begrijpt, wordt het kiezen van de juiste automaat en kabeldoorsnede een pak logischer.
Spanning: volt (V)
Spanning is de "duwkracht" die elektronen door een geleider drijft. In België is de netspanning 230 volt (eenfasig, tussen fase en nul) of 400 volt (tussen twee fasen bij een driefasige aansluiting, elke fase levert dan nog steeds 230 V tegenover nul). Deze waarden zijn gestandaardiseerd in heel Europa volgens de norm EN 50160.
De spanning wordt geleverd door je netbeheerder — Fluvius in Vlaanderen, ORES of RESA in Wallonië, Sibelga in Brussel — en is niet iets dat je zelf kan of mag aanpassen. Een schommeling van ±10% rond 230 V is normaal; grotere afwijkingen kan je melden bij je netbeheerder.
Stroomsterkte: ampère (A)
De stroomsterkte geeft aan hoeveel stroom er per seconde door een geleider vloeit. Hoe meer verbruikers je tegelijk inschakelt, hoe meer stroom er door de kabel loopt. Dit getal is cruciaal voor de veiligheid van je installatie:
- Elke automaat in je verdeelkast is gedimensioneerd op een maximale stroomsterkte (10A, 16A, 20A of 32A zijn de meest gebruikte waarden in een woning)
- De kabeldoorsnede moet aangepast zijn aan de maximale stroom die erdoorheen mag vloeien — een te dunne kabel warmt op en dat is brandgevaarlijk
- De hoofdzekering van je netbeheerder beperkt de totale stroom die je kan afnemen (bv. 40A bij een standaard eenfasige aansluiting)
Automaten bestaan bovendien in verschillende uitschakelkarakteristieken: een B-automaat schakelt uit bij 3 tot 5 keer de nominale stroom en is de standaardkeuze voor verlichting en de meeste stopcontactkringen in een woning; een C-automaat (5 tot 10 keer) wordt gebruikt bij grotere inschakelstromen, bijvoorbeeld bij motoren, airco's of warmtepompen; D-automaten (10 tot 20 keer) zijn voorbehouden voor transformatoren en zware motoren. Voor een woonhuis volstaat in de praktijk bijna altijd de B-karakteristiek.
Naast de automaat beveiligt een differentieelschakelaar je tegen elektrocutie door de stroom in de fase- en nulgeleider te vergelijken. Meer over de werking lees je in ons artikel over de differentieelschakelaar.
Differentieel
Beveiligingstoestellen
Vermogen: watt (W)
Het vermogen geeft aan hoeveel energie een toestel per seconde verbruikt. Bij een eenfasige, zuiver resistieve belasting (verlichting, verwarmingselementen) is dit simpelweg het product van spanning en stroomsterkte:
Vermogen (W) = Spanning (V) × Stroomsterkte (A)
Enkele concrete voorbeelden bij 230 V eenfasig:
| Toestel | Vermogen | Stroomsterkte bij 230V |
|---|---|---|
| Led-lamp | 8 W | 0,03 A |
| Stofzuiger | 2.000 W | 8,7 A |
| Waterkoker | 2.200 W | 9,6 A |
| Elektrische kookplaat (1 zone) | 2.000 – 2.500 W | 8,7 – 10,9 A |
| Boiler elektrisch (150L) | 2.000 – 3.000 W | 8,7 – 13 A |
Bij een driefasige aansluiting (3x400V, bv. voor een warmtepomp, een volledige kookplaat of een laadpaal) reken je met een andere formule, omdat de drie fasen onderling verschoven zijn:
Vermogen (W) = √3 × Spanning (V) × Stroomsterkte (A) × cosφ
Hierin is cosφ (de arbeidsfactor) de verhouding tussen het werkelijk nuttige vermogen en het schijnbare vermogen. Bij zuiver resistieve toestellen (verwarming, boiler) is cosφ nagenoeg 1; bij motoren (compressoren, pompen) ligt die vaak rond 0,8 à 0,9. Een warmtepomp van 4.000 W op 3x400V trekt daardoor ongeveer 5,8 A per fase — niet 4.000/400 = 10 A, precies door die √3-factor en de arbeidsfactor.
Waarom is dit belangrijk voor je eendraadschema?
Op je eendraadschema worden de beveiligingstoestellen gedimensioneerd in ampère, niet in watt. De keuze van automaat en kabeldoorsnede voor elke kring is vastgelegd in technische tabellen van het AREI (Boek 1, art. 5.2.1.2) en hangt af van het verwachte vermogen:
| Type kring | Kabeldoorsnede | Max. automaat | Max. punten |
|---|---|---|---|
| Verlichting | 1,5 mm² | 16A | 8 lichtpunten |
| Stopcontacten | 2,5 mm² | 20A | 8 contactpunten |
| Kookplaat | 6 mm² | 32A | 1 toestel |
| Droogkast / oven | 4 mm² | 20A | 1 toestel |
| Laadpaal eenfasig | 6 mm² | 32A | eigen kring verplicht |
Let op met de "max. 8 punten"-regel: dat geldt hard voor nieuwe installaties en bij elke uitbreiding van een bestaande kring. Bij een periodieke herkeuring van een oude, al goedgekeurde installatie werd vroeger soms soepeler omgegaan met kringen die meer dan 8 punten hebben, maar die versoepeling geldt niet meer zodra een kring na 1 juni 2020 voor het eerst gekeurd wordt. Twijfel je over de indeling van je kringen? Bekijk hoeveel stopcontacten en kringen per kamer je nodig hebt.
Een correcte dimensionering voorkomt dat kabels oververhit raken (brandgevaar) of dat automaten onnodig uitschakelen. Met de Eendraadschema app worden de juiste combinaties van automaten, differentiëlen en kabeldoorsnedes automatisch voorgesteld zodra je het vermogen van je toestellen invult.
Kilovolt-ampère (kVA) en kilowattuur (kWh)
Twee andere eenheden die je regelmatig tegenkomt op je energiefactuur of aansluitingscontract:
- kVA (kilovolt-ampère): het schijnbaar vermogen. Bij huishoudelijke installaties met weinig motoren ligt kVA dicht bij kW. Je netaansluiting wordt in kVA uitgedrukt: een standaard eenfasige aansluiting bij Fluvius is 40A/9,2 kVA; een standaard driefasige aansluiting is 3x25A/17,3 kVA (in gebieden met een 400V-net) of 3x40A/15,9 kW (in gebieden met een ouder 230V-net). Heb je meer nodig (bv. voor een warmtepomp én laadpaal samen), dan vraag je een verzwaring aan bij je netbeheerder — reken op een doorlooptijd van enkele weken en op een kost die sterk varieert per situatie.
- kWh (kilowattuur): de eenheid voor energieverbruik. Een toestel van 1.000 W dat 1 uur draait, verbruikt 1 kWh. Dit staat op je energiefactuur; midden 2026 betaalt een gemiddeld Vlaams gezin indicatief zo'n €0,25 à €0,30 per kWh all-in (leverancier, contract en verbruiksmoment spelen een grote rol).
Het verschil tussen vermogen (kW, een momentopname) en energie (kWh, verbruik over tijd) begrijpen helpt je om je verbruik in te schatten en je installatie correct te dimensioneren. Met een digitale meter volg je je kWh-verbruik trouwens per kwartier op.
AREI-kader: wat zegt de wet over vermogen en beveiliging?
Zelf uitrekenen welk vermogen je nodig hebt en welke automaat daarbij hoort, mag je gerust doen — dat is precies waarvoor een eendraadschema dient. Maar de effectieve aansluiting en de keuring zijn wettelijk aan regels gebonden.
✅ Dit mag je zelf doen: het vermogen van je toestellen optellen, kringen indelen en de juiste automaat/kabeldoorsnede-combinatie bepalen op je eendraadschema, als voorbereiding voor je installateur of voor je eigen werken (als niet-erkend hobbyist mag je in je eigen woning zelf elektrische werken uitvoeren, op voorwaarde dat het resultaat voldoet aan het AREI en achteraf gekeurd wordt).
🔧 Hiervoor heb je een erkend installateur nodig: een verzwaring van je aansluiting aanvragen en uitvoeren, werken aan de teller en de hoofdzekering, en elke wijziging die je netbeheerder betreft.
📋 Keuringsattest vereist: bij elke nieuwe installatie of belangrijke wijziging (zoals een verzwaring van je aansluitvermogen, of een nieuwe kring voor laadpaal of warmtepomp) is een keuring vóór ingebruikname verplicht (AREI Boek 1, hoofdstuk 6.4). Een bestaande installatie moet bovendien periodiek herkeurd worden, in de regel om de 25 jaar (AREI Boek 1, hoofdstuk 6.5), door een erkend keuringsorganisme zoals Vinçotte/Electro-Test, Normec BTV, Certinergie of Bureau Veritas.
Enkele concrete AREI-referenties die rechtstreeks met vermogen en stroomsterkte te maken hebben:
- AREI Boek 1, art. 5.2.1.2: de technische tabellen voor de keuze van kabeldoorsnede in functie van de stroomsterkte en de bijhorende automaat.
- AREI Boek 1, art. 5.3.5.3: verplichte beveiliging van verlichtings- en stopcontactkringen door een differentieelschakelaar van 30 mA, type A, sinds 1 juni 2023 (max. 8 eindkringen per differentieel).
- AREI Boek 1, art. 4.2.4.3.b: het hoofddifferentieel van 300 mA aan het begin van de installatie, aanvullend op de 30 mA-differentiëlen per kringgroep.
- AREI Boek 1, hoofdstuk 7.22: eigen, toegewijde kring verplicht voor elke laadpaal (geen gedeelde kring met stopcontacten), met differentieelbeveiliging die ook de DC-lekstroomcomponent detecteert.
Meer achtergrond over de volledige reglementering vind je in ons artikel wat is het AREI en waarom is het belangrijk.
Veelgemaakte fouten
⚠️ Waarschuwing: een aantal misvattingen rond vermogen en stroomsterkte leiden geregeld tot onveilige of afgekeurde installaties. Herken je een van deze redeneringen, pas dan op.
- "Ik reken gewoon watt/230 = ampère en dat volstaat." Voor een eenvoudig resistief toestel klopt dat, maar bij motoren, warmtepompen en driefasige toestellen speelt de arbeidsfactor (cosφ) en de √3-factor mee. Reken dus met de juiste formule of laat je installateur het narekenen.
- "Een dikkere kabel kan nooit kwaad, dus ik neem gewoon 2,5 mm² overal." Een te dikke kabel op een te zwakke automaat is op zich geen probleem, maar de kabeldoorsnede moet wél overeenstemmen met de tabellen van art. 5.2.1.2 en met de automaatwaarde — een verkeerde combinatie (bv. 1,5 mm² achter een 20A-automaat) beschermt de kabel niet meer tegen oververhitting.
- "Mijn oude kring met 12 stopcontacten is altijd goedgekeurd geweest, dus dat blijft zo." Niet noodzakelijk: de versoepeling voor kringen met meer dan 8 punten gold enkel voor kringen die al vóór 1 juni 2020 gekeurd waren. Breid je zo'n kring uit, dan moet ze aan de huidige 8-puntenregel voldoen.
- "Ik tel gewoon alle vermogens van al mijn toestellen op om mijn aansluiting te bepalen." Netbeheerders werken met gelijktijdigheidsfactoren: niet alle toestellen draaien tegelijk op vol vermogen. Een standaardaansluiting van 9,2 kVA volstaat voor de meeste woningen, ook al is de som van alle vermogens veel hoger.
🚨 Levensgevaar: werk nooit onder spanning aan de bekabeling, en overschat nooit de capaciteit van een kring "omdat het toch al jaren goed gaat". Een overbelaste kring die niet correct uitschakelt, kan tot smeulbrand leiden. Schakel bij twijfel altijd de stroom uit en laat de kring controleren door een erkend installateur.
Veelgestelde vragen
Hoeveel ampère heeft mijn aansluiting?
Een standaard eenfasige aansluiting bij Fluvius is 40A (9,2 kVA). Bij een driefasige aansluiting heb je doorgaans 25A of 40A per fase, wat neerkomt op een pak meer totale capaciteit.
Hoe weet ik welke automaat ik nodig heb?
Dat hangt af van het vermogen van de verbruikers op die kring en van de kabeldoorsnede. Bekijk onze nieuwbouw-checklist voor de standaardwaarden per type kring.
Wat is het verschil tussen kW en kWh?
kW is het vermogen (hoeveel je op een bepaald moment verbruikt), kWh is de energie (verbruik opgeteld over tijd). Met een slimme meter volg je je kWh-verbruik nauwkeurig op.
Waarom trekt mijn warmtepomp minder ampère dan ik verwacht op basis van watt/volt?
Bij een driefasig toestel moet je rekenen met P = √3 × U × I × cosφ in plaats van de eenvoudige eenfasige formule. Daardoor ligt de stroom per fase lager dan een snelle "watt gedeeld door 230"-berekening zou doen vermoeden.
Mag ik zelf mijn aansluiting verzwaren om meer vermogen te krijgen?
Neen. Alles wat de teller, de hoofdzekering of de aansluiting op het net betreft, gebeurt uitsluitend door je netbeheerder (Fluvius, ORES, RESA of Sibelga) of een door hen erkende partij. Je installatie zelf, achter de teller, mag je wel zelf dimensioneren en bekabelen, mits een positieve keuring achteraf.
Conclusie
Volt, ampère en watt zijn geen abstracte schoolkennis: ze bepalen rechtstreeks welke automaat, differentieel en kabeldoorsnede je op je eendraadschema tekent. Met de formule W = V × A (eenfasig) of W = √3 × V × A × cosφ (driefasig) reken je zelf snel na of een kring voldoende gedimensioneerd is. Twijfel je over een concrete situatie, een verzwaring van je aansluiting of de juiste beveiliging bij een zwaar toestel zoals een warmtepomp of laadpaal? Laat het altijd narekenen en keuren door een erkend installateur en keuringsorganisme — veiligheid gaat voor alles.